bron: AB-2010-011
Broeder Donatus Vervoort woont in Edmonton (Canada) en geeft les aan het Newman College. In een vorig nummer bracht hij hierover verslag uit. De boog kan echter niet altijd gespannen staan. In april was hij in Nederland op familiebezoek. Enkele indrukken.
Bij de familie in april … Het is de eerste keer in vijftig jaar dat ik in april op jaarlijks familiebezoek ga naar Nederland. Het was in menig opzicht anders dan anders. In Edmonton wees de thermometer minus 46,3 graad aan. Dat is meer dan frisjes. De eerste weken van april in Nederland kwamen me echter ook koud over, en dat niet alleen in de natuurfysische betekenis. De sfeer in de politieke wereld was weinig aangenaam en ook de kerkelijke wereld bleef niet van onrust gespaard. Ik had me nochtans voorbereid.
‘n Paar weken voordat ik de vlucht
naar Nederland zou maken was mijn computer druk bezig om informatie in te winnen
over wat er zoal in Nederland aan de hand was. Zo las ik de digitale versies van
Trouw, De Volkskrant, De Telegraaf en het Brabants Dagblad, De Gelderlander en
Het Eindhovense Dagblad. Op die manier hoopte ik minstens als een attent
luisteraar over te komen en niet van de ene verbazing in de andere te vallen.
Dat is me gelukt.
Ik heb echt genoten van die enkele weken vakantie in Nederland. Ik werd zonder
omwegen verwend door de gastvrijheid, de warmte en de aandacht die ik van mijn
familie en medebroeders ondervond.
Wat me eveneens is bijgebleven is de paaspreek van pastoor Niessen van de St. Petruskerk in Boxtel. Hij presenteerde een evenwichtig en realistisch kerkbeeld naar aanleiding van de moeilijkheden waarmee de samenleving werd geconfronteerd. De luisteraars waren zo onder de indruk van zijn woorden dat zij de uitgever van het wekelijkse ‘Brabants Centrum’ vroegen om die preek in toto te publiceren. ‘n Korte aanhaling van het einde van die preek. “Zie, Ik ga iets nieuws beginnen: er zal water stromen in de woestijn en de dorre steppe zal bloemen voortbrengen…. Het contrast met de werkelijkheid is groot. Mensen troeven elkaar af, ze maken elkaar zwart, kinderen worden misbruikt, er is zelfdoding. En toch, wat kan ik anders dan me vasthouden aan die profetische woorden, hoe haaks ze vaak ook staan op de werkelijkheid. Als ik dat niet doe, leg ik me neer bij het kwade en is het leven zinloos. Ik klamp me vast aan de belofte dat er water zal stromen in de woestijn en dat de steppe zal bloeien. En ik prijs me gelukkig met deze geloofsgemeenschap vol mensen van allerlei pluimage. Ieder is welkom als hier het geloof gevierd wordt. En ondanks het feit dat de kerk soms ‘n gammel voertuig is van de droom van het Rijk Gods kan ik toch niet zonder die kerk.”
Begin mei was ik terug in Canada waar ik enkele dagen logeerde bij een medebroeder in Calgary. Het was te gevaarlijk naar Edmonton te rijden want de prille lente werd door Koning Winter weggeblazen met buien van sneeuw. Ik ben nu ongeveer over de jetlag heen en volop aan het werk. Een van mijn studenten stond zo-even aan mijn voordeur met het concept voor zijn master thesis. Op de agenda staat ook een gesprek over geestelijke zaken, gevolgd door een oecumenische vergadering. Holiday season definitely is over!
Br. D.V.