Br. Frans Lelivelt.

Hoe talrijk zijn de weldaden, Heer,
die U bereid houdt voor degenen die U vrezen,
voor degenen die hun heil zoeken bij U,
ieder die wil, kan het zien.
Ps. 31, 20

Broeder Frans Lelivelt

(Broeder Suitbertus)

31 oktober 1933 (Lichtenvoorde) - Kerstmis 2008 (Dongen)

 eerste geloften 8 december 1951

Frans Lelivelt werd geboren op 31 oktober 1933 te Lichtenvoorde, een mooi dorp in de Gelderse achterhoek. Naast de schoonheid van het dorp was er de degelijkheid van het geloof. De streek stond als katholiek bekend en het was vooral moeder Lelivelt die waakte over Frans die een bepaalde vroomheid in zich had, terwijl vader er voor zorgde dat een stap naar iets hogers niet overhaast zou geschieden.
Die stap werd gezet toen Frans twaalf jaar oud was en hij juvenist werd in het juvenaat van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes te Dongen. In het juvenaat voelde hij zich thuis. Hij leerde de regelmaat van studie en bezinning als voorbereiding op zijn intrede in het noviciaat op 7 september 1949. Bij zijn intrede ontving hij de kloosternaam broeder Suitbertus. De Heilige Suitbertus is bekend in de geboortestreek van Frans. Hij kwam als missionaris met de Heilige Willibrord vanuit Engeland naar onze streken.

Op 8 december 1951 legde broeder Frans zijn eerste geloften af. Een paar dagen later verhuisde hij naar de toenmalige Sint-Willibrordusstichting in Heiloo. Hij werd al spoedig ingeschakeld in het verplegingswerk voor psychiatrische patiënten en bekwaamde zich door studie in dit verantwoordelijk werk. Hij behaalde het diploma Godsdienst A, de E.H.B.O.-bevoegdheid en Ziekenverpleging B. Zijn liefde voor het timmermansvak vond zijn bekroning in de bevoegdheden Creatieve Handvaardigheid A en B. In 1965 verhuisde broeder Frans naar het psychiatrisch ziekenhuis Reinier van Arkel in ’s-Hertogenbosch. In juni 1969 vertrok hij naar Lanzendorf in Oostenrijk.

Het altijd beschikbaar zijn en de traditionele structuur van het religieuze leven in Oostenrijk vormden voor hem een houvast waar hij zich wel in bevond. Naast zijn zorg voor de medemens was hij gevoelig voor de cultuur en de muzikale traditie van het land, speciaal van de stad Wenen, waar de broeders gingen wonen. Toen de broeders in 1989 uit Wenen vertrokken ging broeder Frans in Vessem wonen. In oktober van dat jaar verhuisde hij naar het Gerardus Majellahuis in Dongen. Vandaaruit werkte hij als vrijwilliger in Herderheem in Breda bij de opvang van mensen in problemen.

Soms speelde psychische en lichamelijke klachten hem parten en zocht hij bescherming in broederhuis Glorieux, dat in 1997 zijn thuis werd. Daar deed hij goed werk als chauffeur van het huis. Spoedig bleek dat zijn klachten werden veroorzaakt door problemen met zijn hart. Er werden een defibrillator en een pacemaker in gebracht. Bij deze behandeling ontving hij uit voorzorg het sacrament van de zieken.

Toen hij van de doktoren geen auto meer mocht rijden viel hem dat zwaar. Hij werd opgenomen in de ziekenafdeling van het broederhuis. Zijn dienstbaarheid kreeg een andere invulling. Hij werd een goede gastheer voor de huisgenoten, hij doorbrak de passiviteit van sommigen en ging met hen wandelen, hij hielp medebewoners aan tafel, zorgde nauwgezet voor de kranten en wat ook bijzonder was: hij verraste menigeen met geestige teksten, mooie verhalen of typische gezegden die hij overal vandaan haalde.

In de dagen voor Kerstmis voelde hij zich niet zo goed en bleef op zijn kamer. Op eerste Kerstdag bij het brengen van de avondboterham vond met hem dood. De trouwe dienaar mocht te midden van zijn eigen gemaakte kerststerren binnentreden in de vreugde van de Heer en met de engelen zingen over de vrede en de vreugde van Kerstmis.