3 mei 1802Geboorte Etienne Modest Glorieux te Sint-Denijs. (anno 2007 in West-Vlaanderen, België) |
|
28 mei 1825Priesterwijding te Mechelen. |
|
1825De bisschop van Gent benoemt Glorieux tot onderpastoor te Ronse. |
|
1828De bittere armoede en ellende zetten hem ertoe aan om te zoeken naar permanente oplossingen. Zo werden in 1828, vóór het huis van Glorieux, op de marktplaats, zes uitgehongerde personen onthoofd als straf voor diefstal en inbraak. Deze gebeurtenis vervult Glorieux met afgrijzen, te meer daar de toegepaste straf niet in overeenstemming is met een misdaad die mede het gevolg is van honger en ellende. Een zoveelste reden voor Glorieux om te zoeken naar efficiënte middelen om de steeds groeiende armoede te bestrijden. In een bijeenkomst voor alle priesters van Ronse, onder leiding van deken Karel Declerck, wordt Glorieux gemachtigd, ondanks de weerstand van enkele leden, zijn plannen ter bestrijding van de armoede aan de autoriteiten te gaan voorleggen en verdedigen. Zijn sociaal plan omvat vijf punten: 1. arbeidsplaatsen scheppen voor werklozen om op die wijze de bedelarij te bestrijden. Enkel aalmoezen uitdelen biedt geen uitweg. 2. Werkongeschikten en zwakken steunen. 3. Zieken verzorgen. 4. Een onderdak vinden voor bejaarden, bedelaars en zwakzinnigen. 5. Scholen oprichten voor de kinderen. |
|
1830Om zijn werk beter te organiseren en uit te breiden, heeft Glorieux ruimere en meer aangepaste lokalen nodig. De oude Sint-Pieterskerk is sedert 1830 buiten dienst als plaats voor de eredienst. In de kerk richt Glorieux een weldadigheids- en textielatelier op. Glorieux verdeeld de kerk in drie afzonderlijke ruimten: een gedeelte voor de zieken en gehandicapten, een textielatelier en een ruimte voor het onderricht aan arme kinderen. Ook werd een slaapruimte ingericht voor 300 daklozen en elke dag mocht de behoeftige er zijn honger komen stillen. Om zijn doel te bereiken waren er medewerkers en financiële middelen nodig. Hij kreeg morele en geldelijke steun van een zekere juffrouw Antonia Depoorter. Deze welgestelde en goedhartige vrouw zal Glorieux en zijn werk blijven steunen tot aan haar dood. Het is dankzij de hulp van deze vrouw en van andere medewerkers dat Glorieux in staat is voedsel en onderwijs te verschaffen aan jongeren. Tegelijkertijd droeg hij zorg voor bejaarden, gehandicapten en werklozen. Voor de berooiden van Ronse was Glorieux een redder in nood en ze noemden hem dan ook 'vader van de armen'. Op zoek naar helpers en met de steun van de bisschop, begint hij met enkele jongeren en legt hiermee de kiem voor een congregatie van broeders. Dit experiment betekent voor Glorieux het begin van de stichting van zijn broedercongregatie. |
![]() |
![]() |
|
1832Op voorstel van de bisschop krijgt de congregatie de naam Broeders van Goede Werken. |
|
![]() |
1838Overstromingen en hevige stormen veroorzaken zware schade aan de Sint-Pieterskerk. Het plan wordt opgevat om een klooster te bouwen, waar broeders én zusters, gescheiden maar binnen hetzelfde gebouw, voor de armen en behoeftigen kunnen zorgen. Zo groeit bij de jonge priester het idee iets nieuws op te richten, het "Institut Model", een gebouw met vier vleugels, twee voor de zusters en twee voor de broeders. Het voorstel werden aan de bisschop voorgelegd en goedgekeurd. |
1840Glorieux wordt benoemd tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Ronse. Twee jaar later krijgt Glorieux door toedoen van de bisschop zelf een helper in de persoon van priester Philips. Gedurende twee jaar mag Glorieux met deze ijverige en goede priester samenwerken. |
|
![]() |
1845Het apostolaat van Glorieux omvat eveneens een vrouwelijke tak. Hij krijgt de toelating om ook jonge meisjes als dienstpersoneel aan te nemen voor zijn goede werken. Later worden verscheidene van die meisjes religieuze, maar het duurde nog vijftien jaar vooraleer de bisschop aan Glorieux de toelating verleent hen als religieuzen in te kleden. Pas in 1845 is de stichting een feit. Deze congregatie krijgt de naam: Zusters van Barmhartigheid. |
1843-1852Vanaf het begin van zijn caritatieve werken had Glorieux reeds tegenstand ontmoet omdat deze, volgens bepaalde personen, niet strookten met de priesterlijke waardigheid. De oprichting van het nieuwe instituut is dan ook een bron van jaloersheid en wantrouwen. Geldelijke omhalingen, intekenlijsten en ingewikkelde combinaties van Glorieux om financiële middelen te bekomen, hebben immers niet kunnen verhinderen dat hij leningen moest aangaan. Ondanks alles houden de liefdewerken en de stichtingen stand. Ze breiden zelfs voortdurend uit: op verschillende plaatsen worden communiteiten opgericht. Ook heeft hij duidelijke plannen om weldadigheidshoeven op te richten, waar bepaalde families behalve landbouwwerk, ook de zorg voor arme en ongelukkige kinderen op zich kunnen nemen. Zijn voorstellen worden in Brusselse sociale en politieke kringen goed onthaald. In de omgeving van Ronse experimenteert Glorieux op verscheidene plaatsen. Hij krijgt echter onvoldoende steun en sommigen doen zijn ideeën af als utopisch. Glorieux valt in ongenade en wordt ontheven van zijn functie als directeur van het “Institut model”; onbegrip en financiële moeilijkheden zijn de hoofdoorzaken. |
1852Glorieux wordt benoemd tot geestelijk directeur van de Zusters Maricollen te Dendermonde. Ondanks de verwijdering uit Ronse en de tegenslagen behield Glorieux, pas 50 jaar oud, zijn dynamisme en zijn werkkracht. Het probleem van de armoede was voor hem als een obsessie. Daarom consulteert hij enkele specialisten en hij stelt een brochure samen over godsdienst, vaderlandsliefde en pauperisme in België. Hierin kaart hij het probleem van de armoede aan en stelt hij structurele oplossingen voor. Alle geraadpleegde personen gaan akkoord met de ideeën van Glorieux, maar op het bisdom vreest men alweer financiële en onuitvoerbare avonturen en er komt verzet. Glorieux doet pogingen zich te rechtvaardigen, maar de door hem aangereikte mogelijkheden krijgen de goedkeuring niet van de twee raadsheren die door de bisschop zijn aangewezen. Zij geven toe dat zijn principes juist zijn, maar in hun negatief rapport wordt Glorieux een dromer en een stijfkop genoemd. |
![]() |
![]() |
1863Glorieux spreekt op een van de Katholieke Congressen te Mechelen over de strijd tegen de miserie en de armoede. Zijn uiteenzetting oogst positieve reacties. 1866Glorieux wordt benoemd tot pastoor van het dorp Smetlede. Zoals voorheen trekt hij ook daar ten strijde tegen analfabetisme, de armoede en het gebrek aan godsdienstigheid. Met veel succes richt hij speelterreinen in voor de jeugd. |
25 nov 1872Glorieux sterft te Smetlede. Hij ligt anno 2007 begraven op het broederkerkhof van Oostakker, te midden van vele medebroeders. |
|
1973In Ronse wordt een standbeeld onthuld bij gelegenheid van de 100ste verjaardag van het overlijden van Glorieux. Glorieux wordt omschreven als een sociaal pleitbezorger, een charismatische kloosterstichter, een pionier en medestichter van het technisch onderwijs. Hij koos om de armen hun waardigheid terug te geven door de strijd tegen het analfabetisme en door het aanleren van een beroep, een ontwikkelingsmethode die toen nog zo goed als onbekend was. |
![]() |