Broederhuis 'Depoorter': vanwaar de naam?

Het nieuwe huis van de broeders te Eindhoven draagt de naam Depoorter. De directe aanleiding tot die naamgeving is gelegen in het feit dat eerder op die plek een huis stond met die naam. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat daar, na de nodige aanpassingen, de broeders zouden gaan wonen, maar zoals het vaak gaat, bleek snel dat verbouwen kostbaarder zou zijn dan bouwen en de vraag was nog of het resultaat zou voldoen. Vandaar een nieuw ‘Depoorter’.

In de loop der jaren werd bij gelegenheid geschreven over onze Stichter Stefanus Modestus Glorieux, over het pionierswerk in zijn eerste standplaats Ronse, over zijn successen en zijn (talrijke) tegenslagen, over erkenning en miskenning, zijn verblijf in andere plaatsen van het bisdom Gent en zijn pastoorschap te Smetlede. Weinig of niet kwam daarbij iemand ter sprake die voor Glorieux een zo grote steun is geweest dat hij haar aanduidde als ‘medestichteres’ van zijn congregaties. Wij doelen op mejuffrouw Antonia Depoorter.

Zij werd geboren in Ronse in 1797 in een arm gezin, de vader was knecht in een weverij en kwam vroeg te sterven. De moeder die van “betere” afkomst was en naar het schijnt goed ontwikkeld, hertrouwde enige jaren later met een textielfabrikant. Haar dochter Antonia moet een geboren zakenvrouw zijn geweest. Geleidelijk aan nam zij het bedrijf van haar stiefvader over en na zijn overlijden was zij de eigenares en leidde zij zelf de zeer bloeiende linnenweverij waar velen werk vonden.

Antonia Depoorter, weldoenster van Stefaan Modest Glorieux.

Tekenend voor haar persoonlijkheid mag heten dat zij, de armoede van haar jeugd niet vergetend, een sociale instelling van formaat vertoonde. Vrijwel meteen na Glorieux’ komst in Ronse en zijn aanpak van de schreeuwende armoede was zij zijn steun en toeverlaat. Hij kocht de leegstaande Sint-Pieterskerk en liet die inrichten als werkhuis. Juffrouw Depoorter zorgde voor de ruwe textiel, spinnewielen en weefgetouwen. Vervolgens nam ze een deel van de kosten van de maaltijden die in dat huis verstrekt werden voor haar rekening. Ze kocht het eerste broederklooster en betaalde de studiebeurzen voor de opleiding van priester-studenten wie het aan de nodige middelen ontbrak.

Het is bekend dat Glorieux ook een congregatie van zusters wilde stichten. De bisschop steunde hem daarin, maar diens opvolger, die wantrouwend stond tegenover het idee van Glorieux een ‘modelinstituut’ te bouwen met vier vleugels, voor de verzorging van mannen, van vrouwen, voor de broeders en de zusters, gelastte de priester in 1841 de zusters naar huis te sturen.

Antonia Depoorter doopte de pen in de inkt en schreef de bisschop een brief, beleefd én gedurfd. Omwille van de goede zaak vermelde ze vrij gedetailleerd haar aandeel, vooral financieel bezien, in al de ondernemingen van Glorieux. Op dat moment was de uitkomst van haar poging niet positief: wel mochten de zusters als helpsters de oude vrouwen blijven verzorgen, maar de jonge congregatie bleef ontbonden. Pas vier jaar later werd een nieuwe poging met succes bekroond.

Bij alle volgende ondernemingen van Glorieux ter bestrijding van de ellende en de armoede bleef mejuffrouw Depoorter hem steunen. In 1852 moest Glorieux Ronse verlaten en vertrok als directeur van de Zusters Maricolen naar Dendermonde. Juffrouw Depoorter verhuisde een jaar later naar Gent. De broeders kochten (of kregen) in 1860 haar fabrieksgebouw te Ronse en richtten het in als weeshuis. De met hulp van Antonia gestichte ambachtsschool kreeg de naam ‘Instituut Depoorter’.

Het contact tussen Glorieux en Juffrouw Depoorter was na 1853 minder intensief. De Stichter beschikte feitelijk niet over geld om te reizen. Maar Antonia vergat haar inspirator en beschermeling niet. Ziekte verhinderde haar bij zijn begrafenis in november 1872 te Smetlede aanwezig te zijn, wel betaalde ze samen met zijn familie de kosten van de begrafenis en ook die van de verpleging tijdens zijn laatste ziekte. Op 8 september 1876 overleed zij zelf te Gent, 79 jaar oud.

Naar de maatstaven van haar tijd was zij geen alledaagse verschijning: een ongetrouwde vrouw die zelf met kennis van zaken en met succes een groot eigen bedrijf leidde, waarschijnlijk over een grote mate van onafhankelijkheid beschikte en nog eens diep was doordrongen van de meest essentiële waarden van christendom en humaniteit. Een bewaard gebleven interview dat een broeder ooit haar vroegere dienstbode afnam, leert ons dat noch het huwelijk, noch het kloosterleven haar aantrok. Ze was wel vroom, vertelde haar gedienstige, maar geen ‘pilaarbijtster’.
We gaan nog even terug naar ons nieuw klooster in Eindhoven. Ooit kreeg in Ronse het Technisch Instituut Depoorter een nieuw onderkomen. Ter nagedachtenis van de naamgeefster werd een glas-in-loodraam met haar beeltenis, ontworpen door de glazenier Michiel Leenknegt, in het gebouw aangebracht.

Het glasraam uit het Technisch Instituut van Ronse verhuisde in 2009 naar Eindhoven.

Ook dit gebouw verdween mettertijd. Het raam werd echter gespaard en werd geschonken aan de naar Eindhoven verhuizende broeders.

Zo kreeg Antonia Depoorter, die zoveel voor Glorieux en via hem voor zijn zusters en broeders heeft betekend, een mooie plaats in ons mooi huis.

Foto's: generalaatsarchief Oostakker ©
Tekst: Br. A.R.

terug naar hoofdpagina