Br. Stany Suhud.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
u houdt mijn lot in handen.
Ps. 16, 5

Broeder stanislaus Suhud

1 april 1946 (Sentolo, Yogyakarta) - 30 december 2008 (Jakarta)

 eerste geloften 15 augustus 1966

Br. Stany werd geboren in Sentolo, Yogyakarta, op 1 April 1946. Tijdens zijn kinderjaren op de lagere school verhuisden zijn ouders met het hele gezin van Java naar Noord-Sumatra. Zijn vader ging er werken als arbeider in de olieplantages van Tebingtinggi. De jonge Stany werd juvenist in Pematangsiantar en keerde voor zijn noviciaatsopleiding terug naar Java, naar Bogor in West-Java. Na zijn noviciaat volgde hij er ook zijn lerarenopleiding.

Na zijn eerste professie op 15 augustus 1966 kreeg hij zijn eerste opdracht als onderwijzer op de lagere school van Pematangsiantar. Enkele jaren later volgde een nieuwe taak als leraar op de lagere middelbare school van Sukabumi, waar hij zich ook verdienstelijk maakte op het gebied van scouting.

Intussen was Br. Stany een man van twee werelden geworden: de vriendelijk glimlachende, ietwat timide Javaan, met het avontuurlijke en het zelfbewuste van een Sumatraan. Iemand die ook nood had aan een eigen ruimte had, zowel geestelijk als fysiek. Dat vond hij tijdens zijn opleiding aan de Sociale Hogeschool van Bandung waar hij in 1982 afstudeerde. Zo werd hij de rechterhand en later de opvolger van Br. Hugo Verest aan de KUPERDA, een cursus voor desa-opbouw in Bogor. Dit bracht hem, tussen de vaste cursussen in Bogor door, op vrijwel alle eilanden van Indonesië. Kalimantan, het vroegere Borneo en Irian Jaya (Papoea) waren zijn lievelingsgebieden. Daar voelde hij zich thuis, temidden van de mens in harmonie met zijn natuurlijke omgeving.

In het begin van de jaren 90 besloot de congregatie dit werk te beëindigen omdat ook op de afgelegen eilanden meer en meer aangepaste opleidingen kwamen op het gebied van sociale en plattelandsontwikkeling. Br. Stany kreeg een nieuwe opdracht in het onderwijs en wel op diverse plaatsen.

Intussen ontstond er in de grootstedelijke gebieden van Indonesië een nieuw probleem, met name de straatjeugd, als gevolg van de enorme toeloop van het platteland naar de hoofdstad. In 1996 wist de Stichting Amalia de congregatie en Br. Stany te strikken om de zorg op zich te nemen van een opvanghuis voor straatkinderen en zwervertjes in Tanjung Priok, het havengebied van Jakarta. Br. Stany leefde er met hen en voor hen. Hij volgde niet alleen hun denkwereld maar trok ook met hen mee naar de krottenwijken waar hun ouders woonden. Zo leerde hij de ‘riolen’ van Jakarta kennen. Het werd zijn nieuwe biotoop. Hij trok van het ene krot naar het andere en begeleidde honderden kinderen. Hij betaalde zelfs hun schoolgeld uit een fonds dat gespijzigd werd door weldoeners. Ook tienermoeders en ongewenste kinderen vonden bij hem onderdak.

Br. Stany leefde zeer eenvoudig en had weinig tijd en aandacht voor zichzelf ... om des te meer beschikbaar te zijn voor anderen. Maar het lichaam eist zijn tol. Sinds twee jaar begon hij te sukkelen met zijn gezondheid en er volgden diverse opnames in het ziekenhuis. Br. Stany overleed op 30 december 2008 nadat hij daags voordien de ziekenzalving had ontvangen. Zijn lichaam werd begraven op de begraafplaats Cipaku in Bogor waar hij rust te midden van de medebroeders die ons zijn voorgegaan.

Net als zijn grote voorbeeld - Vader Glorieux – was hij een vader voor de armen.