geschiedenis van de congregatie

hoofdstuk 3    naar verre landen: uitbreiding buiten België en Nederland

In het jaar 1864 ondernamen enkele broeders van Goede Werken vanuit Ronse de lange reis naar de Nieuwe Wereld. Doel van de tocht: Troyes, 200 km. ten westen van Boston. Ze zullen het als een groot avontuur hebben ervaren; voor Europa waren de “States” nog niet het land van de onbegrensde mogelijkheden, eerder het oord van “landverhuizers” en gelukzoekers, een land dat zich naar het westen steeds maar uitbreidde en waar zich in het bewuste jaar 1864 een burgeroorlog afspeelde tussen de noordelijke en de zuidelijke staten vanwege de afschaffing van de slavernij.

Een groot avontuur dus; het doel waarmee de broeders naar Troyes kwamen, was echter uiterst prozaïsch: koken en poetsen in een seminarie. Deze bestemming was geheel buiten de broeders om geregeld.

De seminarieleiding had de bisschop van Gent om broeders gevraagd en aangezien toen in de congregatie nog de dienst werd uitgemaakt door de vertegenwoordiger van de bisschop, de “geestelijke vader”, zat er weinig anders op dan gehoorzaam te gaan, ook al wist men goed dat stichter Glorieux zijn broeders voor andere zaken had bedoeld.

Hier volgt een beknopt overzicht van de uitbreiding van de congregatie buiten België en Nederland. We willen daarbij ook aandacht geven aan de motieven waarom bepaalde werken werden begonnen of overgenomen.

Vrijwel alle z.g. actieve congregaties hebben de vleugels uitgeslagen buiten het eigen land. Geloofsverkondiging door het vóórleven van het evangelie: het lenigen van materiële en geestelijke noden, is daarbij zeker het voornaamste motief geweest. Daarbij kwamen ook redenen van, zo men wil, meer wereldse makelij. “Missiewerk” bood mensen met wat meer dan gewone ondernemingsgeest de kans tot pionieren, voor sommigen een noodzaak om goed te functioneren. Dan: bij voornemens voor nieuwe vestigingen werd vrijwel altijd overwogen of er daarginds kansen zouden zijn op roepingen tot het broederleven. En tenslotte was men er terecht van overtuigd dat het “ook-missiecongregatie-zijn” de aantrekkingskracht op jeugdige aspiranten zou verhogen.

Terug naar het Amerikaanse avontuur. Dat is verder snel verteld. In totaal zijn er negen vestigingen geweest, de meeste door allerlei oorzaken van korte duur. Het langst hield het uit een huis met scholen in Seattle, aan de westkust. In 1935 werd een laatste poging ondernomen in Albuquerque, waar een vakschool met internaat tot stand kwam. Concurrentie van een (goedkope) staatsschool in de buurt was één van de oorzaken dat ook hier na een paar jaar tot opheffing moest worden overgegaan.

Rond 1920 werd het ernst met de aanvragen om in verre landen te gaan werken, maar er waren aarzelingen en het zou wel een wonder zijn als de Amerikaanse ervaringen daar niets mee te maken hebben gehad.

Een audiëntie van de algemene overste, Vader Amedée, bij Paus Pius XI, de paus van de missiën, maakte de geesten rijp en nu volgden er officiële besluiten. Zeven broeders vertrokken op 1 juni 1926 vanuit Dongen naar wat toen nog Nederlands-Indië heette, ter overname van een weeshuis met scholen te Buitenzorg (Bogor). Het was het begin van wat we tot vandaag een bloeiende onderneming mogen noemen. Vestigingen met een breed aanbod van opvoeding, onderwijs en verpleging elders op Java, Banka en Sumatra volgden. Intussen eiste de Japanse bezetting haar tol: zeven broeders verloren als gevolg van ontberingen in gevangenschap het leven, een achtste stierf op de thuisreis. Nadat Nederlands-Indië Indonesië was geworden ging de ontwikkeling in versterkte mate verder.

In 1929 vertrokken vier Belgische broeders naar Kisantu in (Belgisch) Congo. Ook hier was jarenlang sprake van bloei op verschillende terreinen. Een bijzondere figuur was hier broeder René Van der Meersch, bouwer van kerken, kloosters en scholen. De Tweede Wereldoorlog ging aan Congo voorbij, maar het dekolonisatieproces niet. Jarenlang was het onrustig en aan die onrust en de onmogelijkheid tot vruchtbaar werken ging de gezamenlijke arbeid van de broeders ten onder.

Nog vóór de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een vestiging op Curaçao. Aangeboden werden een psychiatrische inrichting en een instituut voor heropvoeding van ontspoorde jongens. De oorlog zorgde voor veel oponthoud en daarna verliep het overleg, met name met het bestuur van het eiland, stroef. Tenslotte begonnen de broeders in 1949 met het werk in het Gouvernementsopvoedingsgesticht, weldra gevolgd door de overname van een aantal scholen (gesticht door de Fraters van Tilburg) en de zorg voor bejaarde mannen.

Weer heel anders waren de omstandigheden rond de start in Canada, begin jaren ‘50. Met name de toenmalige algemene overste, Vader Denijs, vreesde dat de congregatie in Europa haar einde zou vinden als gevolg van een mogelijk communistische overheersing. Het was volop Koude Oorlog en hij was stellig de enige niet die de mogelijkheid daarvan onder ogen zag.

En daarom: een nieuw begin, ver weg, dáár waar geen gevaar te duchten was. Waarom Canada en juist West-Canada? Mannelijke religieuzen waren er tamelijk onbekend, dat zou wellicht roepingen kunnen opleveren; anderzijds vormden de katholieken hier, in tegenstelling tot delen van het oosten, een minderheid. Het begin was ook hier niet eenvoudig, maar na verloop van tijd vonden de broeders hun taak, voornamelijk in de opvoeding van emotioneel­gestoorde jongens en in het onderwijs.

Hierboven werd geschreven over de vernieuwende denkbeelden in de psychiatrische zorg, zoals die ingang vonden o.m. in de St.-Willibrordusstichting te Heiloo.

Een hoogleraar-psychiater in Wenen, die met plannen rondliep voor een tehuis voor schizofrene patiënten, wist daarvan en nam contact op met de kardinaal-aartsbisschop van Wenen. Deze vroeg in Dongen om broeders en hij kreeg ze. Zevenentwintig jaar, op de dag af, hebben de broeders, eerst in Lanzendorf bij Wenen, later in de stad zelf, zich ingezet voor dit moeilijke werk. Omstandigheden die mogelijk uit typisch Oostenrijkse toestanden voortvloeiden, maakten het er vaak niet eenvoudiger op. Een compensatie daarvoor vormde de aanwezigheid van de Zusters van Barmhartigheid, eveneens gesticht door Glorieux, die na enkele jaren de zorg voor de vrouwelijke patiënten op zich namen.

In het midden van de jaren ‘60 werd het duidelijk dat het tijd was voor nieuwe impulsen, ook binnen de eigen gelederen. Vrij abrupt stagneerde in België en Nederland de toeloop van kandidaat-broeders en er was de wens de beschikbare jongere krachten dáár in te zetten waar ze het meest nodig waren. Het Tweede Vaticaans Concilie wees Zuid-Amerika aan als een gebied waar dringend behoefte was aan zorg voor de ontelbare armen.

Een reis van enkele bestuursleden door Zuid-Amerika had als resultaat dat de keus op Brazilië viel en gekozen werd voor enkele projecten, te bedienen door Belgische en Nederlandse broeders. Het begin had een moeizaam verloop, vooral veroorzaakt door een niet-verstaan van elkanders mentaliteit. Er werd vanuit Brazilië gesmeekt om religieuzen en toen die arriveerden wisten de kerkelijke autoriteiten eigenlijk niet hoe ze hen in konden zetten. Het gevolg was dat de broeders in feite hun eigen weg moesten zoeken - en dat vroeg tijd, veel tijd. Een aanpak op bescheiden schaal gaf gelukkig toch resultaten te zien op het gebied van ziekenzorg, zorg voor de jeugd, catechese, pastorale zorg. Een handicap vormde het feit dat het jaren duurde voor zich de eerste Braziliaanse kandidaat meldde.

Tegelijk met het begin in Brazilië vertrokken vier broeders naar Spanje. Het doel was dubbel en werd duidelijk verwoord: er was werk te doen en er waren roepingen. Mogelijk kon met aanwas uit Spanje voldaan worden aan de behoeften in Brazilië. In Astorga kwam een tehuis voor geestelijk gehandicapte kinderen tot stand. Later kwamen er soortgelijke vestigingen op andere plaatsen bij. Iets heel anders was de stichting te San Andrés del Rabanedo. Hier werkten de broeders in een project voor vluchtelingen en drugsverslaafden. Niet alle werk hier heeft standgehouden; het werd deels door anderen overgenomen, deels beëindigd bij gebrek aan krachten. De laatste broeders, vijf in getal, onder wie één Spanjaard, werkten nog in een sociaal centrum voor lichamelijk gehandicapten te Astorga, de stad van het prille begin. Op 15 januari 2005 eindigde het verblijf van de Nederlandse broeders in Spanje. Leeftijd en gezondheidsproblemen waren de oorzaken van hun vertrek. De enige Spaanse broeder bleef aan het instituut verbonden.

Een verrassend begin vormde de aanvang van het werk in Ethiopië. In 1999 kreeg het algemeen bestuur een vijftal brieven uit dat land. Jonge mensen schreven dat zij deel wilden nemen aan het congregationele leven en dat zij zich aangetrokken voelden door het charisma van de Stichter. Dit wekte verbazing omdat men de congregatie in Ethiopië als geheel onbekend veronderstelde.

Het kort tevoren gehouden algemeen kapittel had zich uitgesproken voor een actieve aanpak van nood, indien mogelijk en waar mogelijk. Drie broeders bezochten de briefschrijvers. Tijdens hun reis trof hen de bittere armoede en ellende. Er zou een jaar worden gewacht met het nemen van verdere stappen die er toe konden leiden dat de congregatie zich in Ethiopië zou vestigen. Wel wilde “Siddartha”, een Belgisch project onder leiding van br. Gust Lauwerysen, direct aan de slag. De kandidaat-broeders werden daarbij betrokken; zo werden toiletblokken gebouwd, alleenstaande moeders opgevangen en nog andersoortige hulp aan de allerarmsten geboden.

Wie dit verhaal van expansie naar alle windstreken heeft gevolgd beseft wel dat het voor de leiding van een kleine congregatie een groot probleem is om vestigingen, verspreid over de hele wereld, vaak bemand door maar enkele mensen, te besturen en bijeen te houden. Het laatste algemeen kapittel (2004) heeft zich dan ook diepgaand over deze problematiek gebogen. Maar ziende naar het verleden mogen we dankbaar zijn voor al wat, ook buiten België en Nederland, aan grote en minder grote dingen tot stand kwam. De inzet van velen, de steun van het thuisfront en de zegen van Boven hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat de inspiratie van Glorieux op tal van plaatsen in de wereld werkzaam kon zijn.

volgende hoofdstuk     vorige hoofdstuk   overzicht

© Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.