In België heeft de nadruk altijd gelegen op het onderwijs, naast het leiden van enkele weeshuizen. Een aantal jaren hebben de broeders in Luik een psychiatrische inrichting bediend. De onderwijsinstituten te Oostakker vormden tezamen een machtig complex: humaniora, onderwijzersopleiding, technisch onderwijs in verschillende graden en voor een groot aantal vakken, lager onderwijs, internaat. Ooit trof men hier dagelijks ca. tweeduizend jonge mensen aan.
Evenals in Nederland is de tijd van het gezamenlijk werken aan grote projecten voorbij. De broeders blijven wel betrokken bij het bestuur van onderwijsinstellingen. In de geest van Glorieux wordt bijzondere aandacht besteed aan de opvang van en begeleiding van mensen met problemen in “Siddartha”, Tremelo, en “De Kromme Boom” te Oostakker.
Een aantal communiteiten waar de broeders voorheen in het onderwijs werkzaam waren, werd opgeheven. Beslist als zeer ingrijpend werd gevoeld de overdracht van het indrukwekkend scholengeheel te Oostakker.
In Congo hebben de broeders op verschillende plaatsen scholen van diverse aard, als onderwijsopleiding en landbouwonderwijs geleid. Door de troebelen waaronder het land de laatste tientallen jaren geleden heeft, is veel van wat moeizaam werd opgebouwd verdwenen. Toch is in de laatste kwarteeuw het onderwijs in het bisdom Kalemie door de broeders gereorganiseerd en werd er meegewerkt aan grote ontwikkelingsprojecten, waaronder een drinkwatervoorziening voor vijfduizend mensen te Moba.
Br. Eric Claeys, werkzaam in de technische school van de Broeders van Liefde te Bukavu, is onze laatste broeder in Congo.
In Indonesië hebben vóór de soevereiniteitsoverdracht (1949) maar een spaarzaam aantal Indonesische jongemannen de gelederen van de broeders komen versterken; nadien was sprake van een gestadige groei en sinds ca. 1995 van stabiliteit. Het aantal broeders bedraagt plm. 70. Onder hen is nog één broeder van Nederlandse afkomst, br. Martin Dol.
Sinds ca. 1960 is het bestuur geleidelijk aan geheel in handen van de Indonesische broeders gekomen. Er wordt veel aandacht gegeven aan “inculturatie”, het beleven van de religieuze waarden, aangepast aan de eigenheid van land en volk. Eveneens is er ruime aandacht voor de vorming van de broeders, zowel in religieuze zin als voor de beoefening van velerlei disciplines. Er zijn de laatste jaren nieuwe huizen gesticht op Noord-Sumatra, Midden-Java en West-Timor, o.m. ten behoeve van landbouwontwikkeling.
In 2001 werd de 75-jarige aanwezigheid van de congregatie in Indonesië met luister herdacht.
Op Curaçao zijn nog vijf broeders werkzaam, niet meer in de eerder vermelde instituten, maar betrokken bij de catechese, hulp aan drugsverslaafden, bouw van woningen en het verstrekken van warme maaltijden aan schoolkinderen.
In Canada wonen momenteel nog acht broeders. Ze werken in het pastoraat en de catechese. Twee van hen hebben gedurende enkele jaren hun beste krachten gegeven aan de leiding en vorming van de jongste krachten in Ethiopië.
Hierboven werden de startproblemen in Brazilië vermeld. Desondanks ontstonden in Jordânia na een eenvoudig ziekenhuis een gezondheidscentrum en een parochiecentrum en in Betim een sociaal centrum. In de laatste plaats wonen de jonggeprofeste broeders en werken er in de sociale sector.
Eén van de broeders, al jaren priester, is pastoor van een parochie. Een bijzondere moeilijkheid vormt hier het bij tijden sterk wisselen van het aantal kandidaten. Dat is te betreuren, want voor mensen die zich willen inzetten voor verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking,is hier werk te over.
De kandidaten die zich als aspirant-broeders hadden gemeld in Ethiopië wilden volgens de kerkelijke traditie religieuzen zijn, wat inhield dat de regels voor de vorming gevolgd dienden te worden. Nadat enkele Indonesische broeders hieraan hun krachten hadden gegeven is hun werk voortgezet door broeders uit Canada. Nu is de leiding in handen van weer een Indonesische broeder, tevens lid van het algemeen bestuur.
Inmiddels is dankzij “Siddartha” (België) en de inzet van de jonge broeders en medewerkers in weinige jaren enorm veel werk verzet ter bestrijding van de armoede en ellende van de mensen in dit doodarme land.
Intussen zijn hier twee huizen, bewoond door o.a. drie Ethiopische broeders met tijdelijke geloften en een aantal kandidaten.
volgende hoofdstuk vorige hoofdstuk overzicht
© Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.